Pijn is een mening, deel 4

In de vorige 3 delen heb ik het gehad over “het fenomeen pijn” en over een aantal minder voor de hand liggende oorzaken ervan:

Vandaag een open deur, maar stiekem ook weer niet. Een blik op pijn – puur bekeken door de “bril” van “bewegen.”

En binnen die context zijn er grofweg 2 situaties die zich voor kunnen doen.

De eerste situatie is dat ik zo meteen de voordeur uit loop al kijkend naar mijn telefoonscherm. Wanneer ik de oprit afloop heb ik dan natuurlijk niet in de gaten dat mijn buurmeisje net een nieuwe fiets heeft waarmee ze al de hele middag trots de wijk door racet. Het gevolg is een noodlottige samenloop van omstandigheden waarbij ze snoeihard op me inrijd, ze me daardoor ter plekke amputeert onder mijn knieën en mijn blauwe auto een “bloedrode” spraytan krijgt.

Ok, dat laatste is misschien overdreven, maar je snapt hopelijk wat ik bedoel.

Het is een voorbeeld van een acute vorm van schade. Mijn lijf ervaart in een hele korte tijd een grote druk van buitenaf en vervolgens gaat er iets stuk. Acute situaties gaan meestal gepaard met enige vorm van pijn, maar dat hoeft niet perse. De oorzaak is direct terug te leiden naar een bepaald moment of een bepaalde situatie.

Mag het volume wat omlaag?

De meeste mensen waar ik mee werk hebben een vorm van pijn die niet direct terug te leiden is naar een specifiek moment waarop het is ontstaan.

De pijn was er zomaar “ineens.”

Een klassiek voorbeeld maakt dit duidelijk.

Stel je voor:

“Het is 2 januari, tijd om weer eens wat aan het lijf te gaan doen. Je hebt met Kerstmis splinternieuwe loopschoenen gekregen: een stille hint van je liefhebbende vrouw (of man).

Met frisse tegenzin trek je wat oude sportkleding en je nieuwe schoenen aan: je gaat een halfuurtje hardlopen.

Achteraf ben je compleet gesloopt, maar WOW! Wat voelt dat lekker zeg.

Drie dagen later herhaal je het hele proces. Je doel is immers 2 loopsessies per week.

Dit gaat een aantal weken goed, totdat er aan het eind van de maand ineens een pijntje in je knie zit. Geen pijn die er tijdens het lopen ingeschoten is – dan had je het wel gevoeld.

Nee, tijdens een vergadering op je werk, valt het je ineens op dat je “wat last” hebt aan de buitenkant van je knie als je lang in een bepaalde houding gezeten hebt.”

Hmmmm, Ok. Watskeburt?

Een van de grote voorspellers van pijn (of blessures) is volume. Volume betekent ongeveer zoiets als “vaak dezelfde beweging herhalen.”

Met name een plotselinge grote toename in volume.

Ofwel: Je hebt een aantal maanden niets gedaan en gaat vervolgens binnen een relatief korte tijd een aantal sessies van 30 minuten hardlopen. Klinkt als een plotselinge grote toename in volume.

Nu zag je de clou van dit voorbeeld wellicht aankomen. De genoemde situatie is daarom makkelijk te voorkomen.

Er zijn echter ook minder voor de hand liggende voorbeelden te noemen.

Veel mensen hebben last van lage rugklachten. Ik wil vooraf nogmaals benadrukken dat dit allerlei oorzaken kan hebben. In dit voorbeeld gaan we er echter van uit dat te veel volume het probleem is.

Waar komt dat volume dan vandaan?

Want: “Ik heb last van rugklachten, dus ik let goed op bij het tillen.”

Yep.

Bij het tillen wel. Maar hoe zit het met wandelen, bukken, zitten en opstaan?

Bewegingen die op het eerste gezicht allemaal verschillend zijn.

Mexicaans eten is het perfecte voorbeeld van schijnvariatie 😉

Wij zien bij PhysiQ Fitness dat nieuwe leden nagenoeg allemaal (te) veel de lage rug inzetten bij het uitvoeren van de eerder genoemde (en nog vele andere) bewegingen. Meestal gebeurt dit onbewust.

In het ideale geval zouden de lage rug en de heupen onafhankelijk van elkaar moeten kunnen bewegen. Is dat niet zo (en dat is dus vaak het geval), dan wordt er (onnodig) veel vanuit de lage rug gedaan.

Wanneer je vervolgens start met sporten / trainen voeg je hier nog meer volume aan toe. Je denkt dat je de belasting verdeelt door allerlei verschillende oefeningen te doen, maar in de praktijk beweeg je steeds vanuit hetzelfde segment.

Het gevolg is een plotselinge grote toename in volume (zonder het in de gaten te hebben, je varieert immers de oefeningen) en het resultaat kan lage rugpijn zijn.

Het laatste voorbeeld is een van de redenen waarom wij extreem veel aandacht besteden aan een patroon dat we de heupscharnier noemen. Dit leert je het verschil te voelen tussen bewegen vanuit de lage rug en bewegen vanuit de heup.

Leave a comment