Pijn is een mening, deel 3

Op zondagen brengen we regelmatig een bezoek aan de oma van mijn vrouw.

Een lieve oude dame die woont in een klein huisje in het buitengebied van Chaam. Naast de eetkamer, de WC en de keuken zijn er slechts 2 andere kamertjes in het huis: haar eigen slaapkamer en een soort van opslagruimte (vol met spullen).

Laatst waren we er ook weer. Mijn jongste dochter Tatum (2 jaar oud) was al de hele ochtend op en moest dus echt gaan slapen. We waren het campingbedje vergeten, dus de enige optie was het bed van haar overgrootoma.

Mijn schoonmoeder en schoontante (noem je dat zo?) waren er die zondag ook. Nadat we Tatum op bed gelegd hadden, besloten zij om samen met mijn vrouw en andere dochter even richting “de Action” te lopen. Aangezien we Tatum niet alleen bij oma (90+ en doof) konden laten, had ik een goed excuus om thuis te blijven. Lekker even een dutje doen op de bank 🙂

Ongeveer een half uur werd ik later bruut gewekt door mijn vrouw die in paniek naar binnen stormde.

Tatum bloedt!

Bij het terugkomen van de winkel had ze door het raam gekeken of Tatum al sliep. Ze zag vervolgens een 2-jarige dreumes half over het bed hangen, met het hoofd naar beneden en een laken vol met bloedvlekken.

We renden naar de slaapkamer en ze zat inderdaad (net als de rest van het bed) onder het bloed. Tatum keek verbaasd op en lachte ons vervolgens uitdagend toe met een blik die we al vele malen eerder gezien hadden: Ze was boevenstreken aan het uithalen en dat wist ze.

Want wat bleek nou, ze was met een fotolijstje gaan spelen en had het glas eruit weten te pulken. Er ontbrak een kantje en ze had precies daar met haar duim vastgepakt, waardoor ze een klein sneetje had. Zij had echter helemaal niets in de gaten en was vrolijk aan het spelen.

Totdat “haar papa en mama” in paniek de kamer binnenkwamen. Op dat moment besefte zij eigenlijk pas dat “er iets ernstigs aan de hand was” en toen volgden de tranen.

Ze had in eerste instantie namelijk niet in de gaten dat ze een sneetje had en wist ook niet wat het betekent om “te bloeden.”

Totdat wij, haar ouders – “de belangrijkste personen in haar wereld” een context voor haar creëerden.

De combinatie van de snee in haar duim, het bloed en onze reactie leerden haar dat er iets ergs gebeurd was.

Het gevolg? Pijn.

Ook de dagen daarna had ze het steeds over “auw” en “pleister” zodra ze het sneetje in haar duim zag.

Dit verhaal is een perfect voorbeeld van de rol van perceptie. Puur op basis van de feiten, de snee in haar vinger en de reactie van haar lichaam om de boel weer in orde te maken, had ze geen pijn.

Zelfs de combinatie met het zien van het bloed (wat ook onder perceptie valt) maakte op haar nog geen indruk.

Pas toen onze reactie op de situatie er aan toegevoegd werd, begon ze pijn te voelen.

Dus:

Snee + bloed = GEEN pijn

Snee + bloed + bezorgde reactie van papa en mama = WEL pijn.

Papa en mama zijn immers cruciaal voor haar om te overleven. Als wij bezorgd zijn over iets, dan weegt die informatie dus extra zwaar.

Voor ik verder ga met het punt dat ik wil maken, nog even een zijstapje naar de pleister.

Een pleister plakken levert namelijk geen “biologische” bijdrage aan het verminderen van pijn. Het helpt ook niet echt bij het herstel. Toch zorgt een pleister (bij kinderen) vaak voor minder pijn. Dit komt waarschijnlijk doordat het de visuele input van de schade belemmert, waardoor de pijndrempel verlegd/verhoogd wordt.

Jouw pijn is mijn schuld.

In de vorige artikelen heb ik een globale beschrijving gegeven van het fenomeen pijn.

Omdat ik in mijn vakgebied hoofdzakelijk te maken heb met pijnklachten bij bewegen, ga ik het vanaf nu specifieker daarover hebben.

De mensen waar ik mee werk, zien mij als een “expert” op het gebied van bewegen en trainen. Ik hoop althans dat dat de reden is dat ze me betalen om hen er les, training, of advies over te geven 😉

Het betekent in ieder geval dat alles wat ik hierover zeg belangrijke “context” creëert in hun centraal zenuwstelsel (CNS). De informatie die ze van mij ontvangen wordt als “zeer belangrijk” gezien.

Een voorbeeld.

Stel dat je op je hurken wilt gaan zitten.

Je CNS heeft een hele collectie aan informatie over het “hoe en wat” van het uitvoeren van die beweging.

Wanneer ik als “expert” nu tegen je zou zeggen dat hurken gevaarlijk is voor je knieën (no worries, dat is het niet), dan is jouw CNS automatisch meer paraat bij het uitvoeren van die beweging. Puur en alleen op basis van mijn woorden.

Aan de al bestaande collectie over hurken, voegt je CNS nu dus standaard mijn uitspraak “gevaarlijk voor je knieën” toe. Ik ben in jouw ogen immers “een expert.”

Stel echter dat de uitspraak “hurken is gevaarlijk voor je knieën” afkomstig was van de bakker, dan wordt deze info waarschijnlijk niet aan je collectie toegevoegd. Bewegen is immers niet zijn expertise en zijn uitspraken op dat gebied zijn voor je CNS daarom minder van waarde.

Waarom is dit belangrijk?

Sinds ik het bovenstaande leerde, ben ik heel erg voorzichtig geworden in mijn manier van communiceren.

Als de uitspraken die ik doe namelijk zo zwaar gewogen worden in de besluiten van het centrale zenuwstelsel, dan moet ik mijn woorden dus met zorg kiezen.

Zeker met betrekking tot pijn.

Mijn uitspraken kunnen namelijk letterlijk zorgen dat iemand meer pijn gaat voelen en/of van invloed zijn op de afname van pijn.

Omdat pijn geen relatie heeft met schade of houding doe ik daar sowieso al helemaal geen uitspraken meer over. Daarnaast hebben mijn ogen geen “X-ray vision,” dus al zou er wel een relatie zijn, dan had ik er nog steeds niks zinnigs over kunnen zeggen.

Er is niemand bij gebaat als zeg:

“Hmmm, ik denk dat het komt omdat je een spiertje gescheurd hebt.”

Of: “Oh je hebt een hernia? Dan zou ik inderdaad niet te zwaar tillen. Dan krijg je er alleen maar meer last van.”

Simpelweg omdat ik niet weet of het zo is en ik het probleem er alleen maar erger mee maak in plaats van dat ik bijdraag aan de oplossing.

 

 

Dussss..

Ik denk dat de conclusie van dit artikel in eerste instantie met name gericht is aan mijn collega’s en alle andere “experts” op het gebied van trainen, bewegen, behandelen, revalidatie, etc:

“Houd je mond (tegen je patiënt/cliënt/klant) over de mogelijke oorzaak van de pijn en houd ook je aannames voor je. Ga gewoon op zoek naar de oplossing.”

Heb jij als lezer zelf regelmatig last van pijn bij bewegen? Onderzoek dan eens in welke situaties je er minder of geen last van hebt (context). Start vervolgens met het creëren van meer van dat soort situaties en kijk of dit helpt.

Houd ook in de gaten wanneer het volgende artikel online komt. Daarin leg ik namelijk uit hoe bewegen tot pijn kan leiden – en indirect dus ook wat je kunt doen om pijn te verminderen.

Leave a comment